Sporen rond het trace van de A4...
Uit de (directe) omgeving van het tracé van de A4 zijn de afgelopen decennia verschillende archeologische vindplaatsen gekarteerd (in kaart gebracht), gewaardeerd en door middel van opgraving onderzocht. Hieruit is af te leiden dat het gehele veengebied van Midden-Delfland in de Late Prehistorie en Romeinse Tijd intensief bewoond is. Gedurende het Mesolithicum en Neolithicum bestond de regio uit moeraslandschap. De eerste jachtkampen ontstonden in het Neolithicum op de rivierduinen. Men leefde voornamelijk van de visvangst en het jagen en verzamelen. De nederzettingen werden permanenter tussen 5000-4500 voor Chr., omdat de bewoners in het dekzandgebied over gingen op het bedrijven van landbouw. Uit het onderzoeksgebied zijn vooralsnog geen vindplaatsen uit het Meso- en Neolithicum bekend. Uit de IJzertijd zijn echter vijftien vindplaatsen in het plangebied bekend. In het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied, in de Holiërhoekse Polder, is een huisplaats aangetroffen uit de Vroege IJzertijd. Het huis met vlechtwerkwanden was 8 m breed en minstens 17,5 m lang. In het stalgedeelte zijn enkele veeboxen aangetroffen. Op de vloer was een laag riet aangebracht.
Ten tijde van de Romeinse overheersing bracht de inheemse bevolking van Midden-Delfland het landschap vrijwel geheel in cultuur door in te grijpen in de waterlopen van het gebied. Er zijn diverse duikers en dammen aangetroffen tijdens opgravingen in Vlaardingen. Bewoning uit de Romeinse Tijd is aangetroffen in het noordelijke en zuidelijke deel van het onderzoeksgebied. De vondsten betroffen vooral inheems Romeins aardewerk.
Na het verdwijnen van het Romeinse gezag beginnen de Vroege Middeleeuwen. In en rondom het onderzoeksgebied was het waarschijnlijk te nat voor bewoning. We kennen in het plangebied wel verschillende verhoogde woonplaatsen of terpen uit die periode. In die tijd ging de mens het gebied kunstmatig ontwateren en via de sloten en kanalen werd het overtollige (regen-)water in de veengebieden sneller afgevoerd. Hierdoor stopte de veengroei en ging het veenoppervlak dalen.
Vanaf de Late Middeleeuwen veranderde het landschap drastisch: op grote schaal werd het veen ontgonnen, waardoor een groot cultuurlandschap ontstond. Het plangebied doorsnijdt drie ontginningen, die te herkennen zijn aan verschillende oriëntatie in kavels. Uit het onderzoeksgebied zijn meerdere vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bekend. De vindplaatsen komen overal in het onderzoeksgebied voor. De vondsten betreffen Laat middeleeuws aardewerk, steengoed, laat middeleeuwse muurresten en funderingen, zoals de funderingen van een versterkte woonplaats en van een kasteeltje waar op de oude resten weer een boerderij is gebouwd. Uit de Holiërhoekse Polder zijn elf echte woonlocaties uit de Late Middeleeuwen bekend. Het betreft huisterpen, huiserven of hofstedes.
>> Lees meer over sporen in het kustgebied van Zuid-Holland
>> Lees meer over sporen in Vlaardingen
>> Lees meer over de archeologische verwachting voor het gebied
Ga voor onderzoek naar dit thema ook:
⇒ Naar de inleidende tekst
⇒ Naar de verwijzingen (literatuur en websites)
⇒ Naar de bronnen
⇒ Naar de foto's



