Rondom Delft lag vroeger een stadsgracht en verdedigingsmuren. Door poorten kon je de stad binnen komen. Van deze middeleeuwse stadsmuren en poorten is het merendeel verdwenen. Langs het spoor is de Bagijnetoren en molen De Roos nog over.

Gezicht op het ommuurde Delft vanuit het westen. Op de voorgrond is de Buitenwatersloot te zien. Van links naar rechts zie je de Oude Kerk, de Waterslootsepoort, het Stadhuis en de Nieuwe Kerk. Het origineel hangt in Museum Het Prinsenhof. (Schilder: Hendrik Cornelisz. Vroom. Bron: GAD)
De spoorlijn neemt grofweg de plaats in van de westelijke stadsmuren. Met de bouw van de spoortunnel hebben archeologen een uitgelezen kans om onderzoek te doen naar de oude verdedigingswerken van de stad die nu onder de grond liggen. Wanneer archeologen weten waar de resten van twee stadspoorten en een zestal torens liggen en hoe deze eruit zien, krijgen zij een beter beeld van Delft ruim 500 jaar geleden.
De archeologen kunnen pas aan het werk wanneer de tunnelwanden geplaatst zijn en de grond tussen die wanden weggegraven is.
Eerst worden de tunnelwanden geplaatst. Daarna wordt de grond tussen die wanden weggegraven. Dat is het moment waarop archeologen de gelegenheid hebben om muurresten in kaart te brengen.
Ga voor onderzoek naar dit thema ook:
⇒ Naar de verwijzingen



