Het proces waarbij de overheid (gemeenten, provincies en het rijk) de ruimte inricht of herinricht voor gebruik wordt ruimtelijke ordening genoemd. Een andere naam voor ruimtelijke ordening is planologie. Bij ruimtelijke ordening kijkt men naar de mogelijkheden van de ruimte en de wensen van de burgers en hier worden plannen voor gemaakt. In deze plannen staat wat de overheid onder andere wil op het gebied van landbouw, natuurgebieden, wegen, huizen en bedrijven. De voorschriften ten aanzien van de ruimtelijke ordening zijn bij de wet geregeld in Nederland.

Nederlandse gemeenten dragen de zorg voor de inrichting van de openbare ruimte op hun eigen grondgebied. Gemeentebesturen beslissen over de aanleg van wegen, het aanwijzen van een stuk grond als industrieterrein, recreatiegebied of sportpark. Dit doen ze met behulp van een bestemmingsplan.
Om de beschikbare ruimte binnen de provincie goed te verdelen worden er streekplannen opgesteld. De provincie Zuid-Holland is een dichtbevolkte provincie met ruim drie miljoen inwoners, die werken, reizen en recreëren. Naast de verstedelijking, infrastructuur en bedrijvigheid kent de provincie ook rust en ruimte en landelijke gebieden. De provincie heeft bovendien een druk verkeersnetwerk en veel vervoersstromen.
Het rijk heeft de regie in handen over de hoofdstructuur van de ruimtelijke ordening in ons land. Dat gaat verder dan de aanleg van snelwegen tussen de steden onderling. Er wordt door de overheid bij de ruimtelijke ordening rekening gehouden met de nationale hoofdstructuur (economie, infrastructuur, verstedelijking) en de ecologische hoofdstructuur (water, natuur, landschap). Voorbeelden hiervan zijn de luchthaven Schiphol, de haven van Rotterdam, het Groene Hart en de Randstad.



