De spoortunnel wordt aangelegd door gebruik te maken van de ‘wanden-dakmethode'. Deze bouwmethode geeft weinig trillings- en geluidsoverlast waardoor de hinder voor verkeer en omwonenden beperkt wordt. Dit is natuurlijk belangrijk omdat de bouw van de spoortunnel plaatsvindt in een druk gebied in de stad.
Bij de wanden-dakmethode worden eerst de tunnelwanden in de grond gezet. Daarna wordt het dak op de wanden geplaatst. Omdat de tunnelwanden en het dak reeds geplaatst zijn, kan de ruimte boven de tunnel meteen gebruikt worden voor bijvoorbeeld het verkeer. Vervolgens wordt de grond tussen de tunnelwanden en onder het dak weggegraven en wordt de spoortunnel afgebouwd.
Gedurende de bouw van de spoortunnel wordt alles nauwkeurig in de gaten gehouden. Met behulp van meetapparatuur wordt er gemeten wat de invloed van de werkzaamheden zijn op de ondergrond. Het geeft ook waarschuwingen af als er veranderingen plaatsvinden in de ondergrond. Het meten en verzamelen van deze gegevens wordt monitoring genoemd. Door monitoring kan er op tijd worden ingegrepen bij veranderingen in de ondergrond.



