Onderzoeksgebied stadsvernieuwing

There are no translations available.

Het tweede project dat de archieven van Delft, Schiedam en Vlaardingen in het kader van Plan je Eigen Ruimte aan de bovenbouw van het voortgezet onderwijs in de regio aanbieden, heeft als gemene deler stadsvernieuwing. Voor Delft betreft dat de Spoorzone (zie onderzoeksgebied de Spoorzone), voor Schiedam de wijk Nieuwland en in Vlaardingen gaat de wijk Babberspolder-Oost onder de loep. De wijken Nieuwland en Babberspolder-Oost zijn beide in de jaren na de Tweede Wereldoorlog gebouwd, de zogenaamde wederopbouwperiode.

 

Inmiddels zijn zo'n 60 jaren verstreken, bewoners van deze wijken zijn gekomen en gegaan. Wat aanvankelijk moderne, ruime woningen waren, zijn nu te kleine en oncomfortabele huisjes of flatjes geworden. Neem daarbij dan nog de concentratie van bewoners met een minimuminkomen of uit zwakke, sociale milieus en het plaatje is duidelijk; hier moet iets gebeuren! Renovatie is veelal geen optie meer, sloop, ruimtelijke en verkeerstechnische herindeling en nieuwbouw wel.
Eenmaal het besluit genomen, maar dan? Slopen we ons cultureel erfgoed? Wat heeft nieuwbouw voor consequenties voor de bewoners? Moeten bestaande winkels verdwijnen? Hoe wordt het groen er ingedeeld? Welke voorzieningen komen er? Voor welke bevolkingsgroepen wordt er gebouwd, enzovoorts enzovoorts. Op al deze aspecten wordt zowel wat de wijk Nieuwland als Babbesrpolder-Oost betreft verder ingegaan. Maar eerst....

 

inl2

Winkels en woningen in Nieuwland zijn in afwachting van de sloop.
(Foto: Jan van Kampenhout (20-04-2007) Bron: GAS)
 

 

Stadsvernieuwing (ook wel stedelijke vernieuwing); wat is dat eigenlijk precies?

 

Grof genomen zijn er drie soorten stadsvernieuwing te onderscheiden:
1. Nieuwbouw op een voorheen niet voor bebouwing bestemd gebied. Dat gebied kan een polder of een park zijn maar ook water.
2. Een groot gebied slopen en er iets anders voor in de plaats bouwen; alle soorten nieuwbouw kunnen hier plaatsvinden.
3. Opengevallen plaatsen in een monumentaal of cultuurhistorisch beschermd gebied aanvullen met bij de naaste omgeving passende nieuwbouw. Passend bij de omgeving hoeft geen nieuwbouw in historische stijl te betekenen, d.w.z. een soort nieuwbouw van een oud gebouw, maar kan ook een vorm hebben die lijkt op de historische omgeving.

 

 inl3

Sloopwerkzaamheden in Nieuwland.
(Foto: Jan van Kampenhout (20-04-2007) Bron: GAS)

 

Nieuwbouw uit de grond gestampt tijdens de Wederopbouwperiode


Naast het herstellen van de oorlogsschade is in veel steden in de Wederopbouwperiode van na de Tweede Wereldoorlog nieuwbouw zoals onder bovengenoemd punt één neergezet. Net als de Vlaardingse Babberspolder -de naam zegt het al- is ook Nieuwland gebouwd op agrarisch poldergebied. Dit gebeurde volgens de toen heersende normen; veel van hetzelfde, te goedkope materialen en zonder veel aandacht voor kwaliteit en vormgeving.
Officieel duurde deze periode tot 1956, toen de Nederlandse regering de wederopbouw van Nederland officieel voor afgerond verklaarde. Tot 1965 zijn er echter om de woningnood, destijds volksvijand nummer één te lenigen, nog een kleine twee miljoen woningen op een dergelijke manier uit de grond gestampt.

 

Periode van vernieuwing op het gebied van architectuur

 

Toch is de architectuur en stedenbouw uit de naoorlogse periode te beschouwen als een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse architectuurgeschiedenis. Het was een periode van vernieuwing op het gebied van architectuur door het gebruik van nieuwe materialen en de toepassing van nieuwe werkwijzen. Het stedenbouwkundig ontwerp kenmerkte zich door nieuwe verkavelingpatronen, nieuwe wijkopbouw en een steeds belangrijkere rol van het verkeer als ordeningsprincipe. Dat deze vernieuwing niet overal tot leefbare en aantrekkelijke wijken heeft geleid, is gezien de complexiteit van de toenmalige nieuwbouwopgave geen wonder. Toch verdienen de vroeg naoorlogse gebouwen en wijken meer aandacht voor de bestaande - soms verhuld geraakte - (steden)bouwkundige kwaliteiten. Meer aandacht voor de bestaande kwaliteiten kan ook leiden tot een slimmer hergebruik van bestaande structuren en bouwwerken.

 

Herstructurering en stadsvernieuwing

 

In de loop van de tijd heeft een groot aantal van deze naoorlogse woonwijken een fikse opknapbeurt ondergaan. Toch voldoen ook deze gerenoveerde woningen op dit moment bij lange na niet meer aan de huidige normen. Een bijkomend probleem is dat in de naoorlogse woonwijken ook nog eens de verloedering heeft toegeslagen. De eenvormige huizen zijn uitgewoond en de bewoners voelen zich niet meer veilig in de buurten die verzamelplaatsen van kansarmen zijn geworden. Al deze problemen op sociaal en economisch terrein en technische gebreken aan woningen in naoorlogse woonwijken dwingen gemeenten, woningbouwcorporaties en andere betrokkenen na te denken over oplossingen die een goede toekomst garanderen voor deze wijken. In 1997 is de beleidsnota Stedelijke Vernieuwing door de minister van VROM uitgebracht. Vanaf 2000 gevolgd door het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing om gemeenten te stimuleren tot het doen van herstructureringsingrepen in hun naoorlogse wijken. Ook minister Vogelaar heeft in 2007 40 probleemwijken (waarvan de Schiedamse wijk Nieuwland er één van is) aangewezen die onder meer extra geld krijgen om het geheel weer leefbaar te maken.
De problematiek rondom de Delftse Spoorzone ligt weer heel anders, maar ook hier: sloop en nieuwbouw.

 

Bronnen: Kei, RACM, artikel Trouw 11-2-2004:Naoorlogse woningbouw / Tijd voor de grote verbouwing door Wybo Algra